Wat leren de kinderen bij ons op school

Onderwijskundige uitgangspunten
Wat we voor en met de kinderen willen bereiken is het volgende: een gedegen opleiding tot een zelfstandige persoonlijkheid, naar Gods Woord; goede sociale omgang met andere mensen, goede omgang met dieren en de verdere natuur ofwel de gehele schepping; individuele benadering, dus naar capaciteit en vermogen; niet alleen beoordelen op opleidingsscores maar ook op andere vaardigheden, zoals sociale vaardigheden; het vermijden van iedere vorm van discriminatie op welke grond dan ook. Verscheidenheid in de kinderen of achtergrond geeft geen excuus tot discriminatie of pesterijen. We stellen de leermiddelen en methodes afhankelijk van het uitgangspunt. De gebruikte methodes hiervoor komen overeen met, of worden in de les aangepast aan de ‘Kerndoelen voor het Reformatorisch Primair Onderwijs’. 

De school zien wij daarom niet alleen als een opleidingsinstituut maar ook als een leefgemeenschap waar de kinderen toch zo’n acht jaar van hun jonge leven doorbrengen. De school is een plaats waar niet alleen ‘opgeleid’ moet worden, maar ook moet worden geleerd met en voor elkaar te leven tot eer van God. Dit vraagt overigens veel tact en vaardigheid van de leerkrachten, zij trachten een leerklimaat te scheppen waarin hij of zij weet om te gaan met de verschillen van leerlingen. 

De organisatie van het onderwijs
De schoolorganisatie gaat uit van jaargroepen. Dit wil zeggen dat in elke groep kinderen zitten die ongeveer dezelfde leeftijd hebben en een afgesproken hoeveelheid lesstof ontvangen.
Het is niet zo dat alle kinderen exact hetzelfde onderwijs wordt aangeboden. Waar mogelijk en nodig houden we rekening met verschillen. 
Doordat het aantal leerlingen per leeftijdsgroep vrij klein is, worden groepen gecombineerd. Zowel de leerkrachten als de leerlingen hebben bij de training rond zelfstandig werken geleerd hier goed mee om te gaan. Het blijkt in de praktijk dan ook geen probleem te zijn voor de goede voortgang van het onderwijs, zeker in het kader van adaptief onderwijs (het omgaan met verschillen tussen leerlingen). 

Vak– en vormingsgebieden
Godsdienstige vorming
Elke schooltijd wordt begonnen en geëindigd met een psalmvers en gebed. Voor de bijbelvertellingen gebruiken we de Statenvertaling. Elke week wordt er 3 à 4 keer verteld. Op vrijdag wordt in groep 3 tot en met 8 de leerstof van de bijbelvertellingen verwerkt en gememoriseerd, of een zendings- of kerkgeschiedenisverhaal verteld. We gebruiken de methode Hoor het Woord als handreiking bij onze lessen. In groep 1 t/m 7 worden de psalmen geleerd. In groep 8 leren de kinderen elke week een of meerdere vragen van het ‘Kort Begrip’. In alle groepen wordt een half uur per dag godsdienstonderwijs gegeven.

Activiteiten in onderbouw 
In de onderbouw werken we met thema’s die tot spel leiden waaruit weer allerlei activiteiten voortkomen die uitgevoerd worden in een hoek of in een groepje of alleen aan een tafel. Er wordt gezorgd voor voldoende basismaterialen en ontdekmogelijkheden. De inrichting van de hoek komt tot stand in overleg met de kinderen. De inrichting en de samenstelling van elke hoek wisselt regelmatig. We beginnen de dag met de kring en de gezamenlijke activiteiten. Dan vinden de activiteiten werken/spelen plaats waarbij we kindvolgend willen werken. Er is meer aandacht voor de individuele ontwikkeling van de kinderen. We zijn volop bezig met het zelfstandige kind dat een keuze maakt voor een hoek of een activiteit dat in een groepje gebeurt, het werken met een planbord. Het doel er van is om de interesses en de resultaten op een hoger plan te brengen. ’s Middags vindt er een zelfde programma plaats. De kring en de ‘kleine kring’ zijn een begrip binnen de groep. Er is veel aandacht voor taalvorming, omdat dit de basis is voor succes bij heel veel andere leerprocessen. 
Aan het eind van groep 2 wordt zorgvuldig bekeken welke kinderen naar groep 3 kunnen. Dit is niet alleen aan leeftijd gebonden. We vinden het heel belangrijk dat een kind lang genoeg in de kleutergroep zit. Hierover is altijd zorgvuldig overleg met de ouders. 

Eens per jaar wordt een onderbouwpresentatie georganiseerd. Ouders kunnen onder schooltijd werkjes van kinderen komen bekijken in het speellokaal. De kinderen mogen dan ook zingen, vertellen en het één en ander laten zien.

Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen). 
In de groepen 1 en 2 wordt gewerkt aan de voorbereiding van de basisvaardigheden. In groep 3 gaat het leren lezen, schrijven, taal en rekenen wat planmatiger, hoewel er ruimte is voor het werken op eigen niveau. De basisvaardigheden hebben een centrale plaats in het onderwijs. De helft van de tijd zijn de kinderen op onze school bezig met deze kernvakken. De vorderingen op het gebied van lezen, spellen en rekenen worden in het leerlingvolgsysteem vastgelegd. Deze vorderingen worden dus nauwkeurig gevolgd. Er wordt gestreefd naar een ononderbroken ontwikkelingslijn, zodat een leerling in principe in acht jaar de basisschool kan doorlopen en daarbij de kerndoelen haalt.
 
     

Lezen
In groep 1/2 krijgen kinderen de gelegenheid om met letters bezig te zijn. Deze manier van leren lezen sluit meer aan bij het kind. Er wordt in eigen tempo en op eigen niveau lezen geleerd. De beginnende geletterdheid volgen we op een natuurlijke wijze. In groep 3 en 4 sluiten we met het lezen daarop aan. In de andere groepen krijgt het technisch lezen tot en met groep 6 aandacht. Eind groep 6 moet een kind op AVI plus zitten. Een aantal keren per cursusjaar wordt het leesniveau getoetst. Naast het technisch lezen wordt er in de groepen 4 tot en met 8 ook methodisch/structureel aandacht besteed aan het begrijpend lezen. Behalve de methode gebonden toetsen worden er ook de methode-onafhankelijke toetsen voor het leerlingvolgsysteem afgenomen.

Leesmoeders
Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig bij het leren lezen. Op school hebben we drie leesmoeders. Zij geven ieder een morgen per week individuele leeshulp.
Als uw kind hier voor in aanmerking komt, wordt u door de leerkracht hierover geïnformeerd.

Schrijven
Voor het aanleren van het methodisch schrijven werken we met de nieuwe schrijfmethode ‘Schrijffontein’. 

Taal
In  groep 1, 2 en 4 t/m 8 werken we met de methode ‘Taalfontein’. ’Lijn 3 wordt ingezet voor het aanvankelijk lezen in groep 3. De verschillende onderdelen die in de taalmethode aan bod komen, zijn spreken, luisteren, stellen, grammatica en spelling van veranderlijke en onveranderlijke woorden.
Naast de methode gebonden taaltoetsen en controledictees worden tweemaal per jaar de vorderingen op het gebied van spelling methode-onafhankelijk getest met behulp van de leerlingvolgsysteemtoets. 
De Engelse taal komt in de groepen 1 t/m 8 aan de orde. Het is een voorbereiding op het voortgezet vreemde talen onderwijs. 
Daarnaast wordt gewerkt met ’My name is Tom’ in de groepen 1t/m 8, een leerlijn die is gebaseerd op het bekende ‘Ik ben Bas’. In groep 3/4 komen de onderdelen ‘my birthday’ en ‘my school’ aan de orde, in groep 1/2 zijn het ‘my family’ en ‘my house’.
Eind groep 7 en halverwege groep 8 wordt LOVS Engels afgenomen. De luistervaardigheid en  woordenschat worden dan getoetst. Met deze toets kunnen we de kennis en vaardigheid van de leerlingen nog beter vaststellen en daarop inspelen.
 
 

Rekenen
In de groepen 3 t/m 8 wordt er gewerkt met de rekenmethode ‘Pluspunt’. Het is een zogenoemde realistische methode. Dat betekent dat er niet zo vaak rijtjes met sommen voorkomen, maar dat er uitgegaan wordt van situaties uit het dagelijkse leven. De rekenstof is verdeeld in blokken. Tegen het einde van elk blok volgt een toets. Twee keer per jaar worden de vorderingen ook getoetst door middel van een methodeonafhankelijk leerlingvolgsysteemtoets. 

Wereld oriënterende vakken
De wereld oriënterende vakken komen in groep 1 t/m 4 geïntegreerd aan de orde. Dat wil zeggen dat er geen opsplitsing is tussen bijvoorbeeld geschiedenis, aardrijkskunde en biologie. In de groepen 5 t/m 8 komen deze vakken wel apart op het lesrooster voor. 

Geschiedenis
Geschiedenis is een vertel vak bij uitstek. We werken met de methode Speurtocht. Deze methode start al in groep 3. Ook het digibord zal hierbij ingezet worden. Bij het vak geschiedenis gaat het onder andere om de kennis van belangrijke personen, historische begrippen en belangrijke jaartallen.

Aardrijkskunde
Aardrijkskunde omvat de wereld waarin wij leven, wonen en werken. Het gaat om een Bijbelse levenshouding ten opzichte van de aarde in al haar verschijningsvormen en met al haar bevolkingsgroepen. Op dit moment werken we met de methode ‘Geobas’. In groep 4 betreffen het algemene thema’s. In groep 5 zijn het thema's over ons land. In groep 6 komt Nederland per provincie aan de orde, gevolgd in groep 7 door de landen van Europa en in groep 8 door de overige werelddelen. Afgelopen schooljaar hebben we de nieuwste versie van Geobas ingevoerd, waarbij we ook het digibord kunnen inzetten en de leerlingen meer zelfstandig kunnen werken.

Biologie
Binnen dit vakgebied krijgen biologie, natuurkunde, menskunde, milieu-educatie en bevordering van gezond gedrag een belangrijke plaats. Het gaat met name om het inzicht in het samenleven van mensen, dieren en planten. Zorg, eerbied en verwondering voor de schepping neemt een grote plaats in. In de groepen 3 tot en met 8 wordt gewerkt met de methode ‘Leefwereld’. 

Schooltuin
Als school vinden we het belangrijk oog te hebben voor de verschillende gaven van kinderen, voor ‘hoofd, hart en handen’. Om kinderen die graag praktisch aan de slag gaan tegemoet te komen én om kinderen die daar minder sterk in zijn te stimuleren, werken we sinds het cursusjaar ‘14/’15 met een schooltuin. Voor iedere groep is er een stukje grond waarin groenten of bloemen gezaaid en verzorgd worden.
 
 

Verkeersopvoeding
In de groepen 3 tot en met 7 gebruiken we de methode ‘Klaar over’. Deze methode sluit dicht aan bij de leef- en ervaringswereld van een basisschoolkind. Het gaat bij verkeer om opvoeding dat gericht is op het gedrag van de andere verkeersdeelnemers. Groep 7 doet in april het schriftelijke verkeersexamen en in mei het praktisch verkeersexamen. Ook worden er 3x per jaar praktische verkeerslessen gegeven met hulp van School op SEEF.  

Expressieactiviteiten
Bij de expressievakken richten wij ons op het leren gebruiken van technieken en materialen. Vanuit deze invalshoek willen we de creativiteit van de leerlingen ontwikkelen en bevorderen. 

Muzikale vorming
We gebruiken de methode ‘Meer met muziek’.

Cultuureducatie
In het kader van cultuureducatie bezoeken we jaarlijks musea en maken we excursies. 

Bewegingsonderwijs
In de groepen 1 en 2 krijgt dit aspect dagelijks aandacht in de vorm van spelletjes, buitenspel of kleutergymnastiek in het speellokaal.
De groepen 3 tot en met 8 hebben één keer in de week gymnastiek in de gymzaal in het ‘Zijlkwartier’ (Van der Marckstraat). Wilt u voor geschikte gymkleding zorgen? Een korte broek met shirt of turnpakje en sport- of gymschoenen met witte zool. 
De gymspullen mogen, mits regelmatig gewassen, op school blijven in een linnen tas. Voor de laagste groepen vragen wij u gymschoenen mee te geven die de kinderen zelf kunnen  aan- en uittrekken. Tijdens de gymlessen willen we vooral veel bewegen.

Andere activiteiten
Naast de lessen zijn er ook buitenschoolse activiteiten. Vlak bij school is het park ‘De Houtkamp’. Regelmatig wordt een bezoek gebracht aan de kinderboerderij en/of het ‘Milieu Educatief Centrum’. Ook gaan we wel eens naar ‘De Leidse Heemtuin’. 
Ieder jaar gaan alle groepen een keer op schoolreis. Ook worden er excursies gehouden naar bijvoorbeeld musea of bedrijven als dit past binnen de thema’s die in de lessen aan de orde komen. Eén maal per jaar hebben we sportdag. De laatste vrijdag van het schooljaar gaat groep 5 t/m 8 een keer zwemmen.

SEVO & SOVA 
Onze leerlingen krijgen de lessen seksuele vorming (SEVO) uit de map ‘Wonderlijk gemaakt’.  Deze lessen geven wij in de maanden januari en februari, in aanvulling op de seksuele opvoeding die u als ouders geeft. Daarnaast maken wij voor het aanleren van sociale vaardigheden (SOVA) gebruik van de methode ‘kinderen en hun sociale talenten’. 

Thematisch onderwijs in de bovenbouw
In de bovenbouw wordt enkele keren per jaar thematisch gewerkt. Daarbij worden (zaak)vakken gecombineerd in één thema. We merken dat bij deze thema’s de betrokkenheid van de leerlingen vergroot wordt. 
Bij deze thema’s is er ook nadrukkelijk aandacht voor zowel samenwerkend leren als zelfstandig werken. Bovendien organiseren we eenmaal in de twee jaar een project, het andere jaar organiseren we een themadag. In alle groepen wordt dan aan een bepaald thema gewerkt (bijv. muziek, vervoer, landen enz.). Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk vakken hierbij te betrekken. Aan het einde van dit project, dat twee weken in beslag neemt, wordt er een projectkijkavond georganiseerd, waarbij alle kinderen, ouders en belangstellenden het tentoongestelde werk van de kinderen mogen komen bekijken. Dit is altijd weer een hoogtepunt. 

Burgerschapskunde 
Vanuit de overheid is aandacht voor ‘actief burgerschap en sociale integratie’ verplicht gesteld.  Voor onze school betekent dit geen wijziging van ons beleid. De door de overheid gestelde doelen, onderschrijven wij al jaren van harte. De pijlers ‘identiteit’,  ‘democratie’ en ‘participatie’ hebben binnen ons bestaande onderwijsaanbod een plaats. Aan leerlingen worden kennis en vaardigheden aangeleerd om respectvol met medeburgers om te gaan. Ook met hen die andere opvattingen hebben. Bijv. door bezoeken aan de Voedselbank, gehandicapten, een rooms-katholieke kerk of synagoge werken we dit concreet uit.

Resultaten van ons onderwijs
Eindscores vormen niet alleen de wegingsfactor voor de kwaliteit van ons onderwijs. Wij vinden het ongewenst als kille cijfers voor ouders een reden vormen om voor een school te kiezen. De school is meer. En de kwaliteit moet op een andere wijze worden gemeten. De school is immers een leer- en opvoedingsomgeving waar we werken met kinderen uit verschillende milieus en met onderscheiden gaven.

Verwijzingen naar het speciaal onderwijs
In het afgelopen jaar is er geen leerling naar het speciaal onderwijs doorverwezen. 
De overheid streeft er naar om het doorverwijzing percentage onder de 2% te houden. 

Vorderingen in basisvaardigheden
Binnen het leerlingvolgsysteem worden de vorderingen van de leerlingen vastgelegd. Deze gegevens vinden hun vertaling naar de rapportage aan de ouders op de rapporten. Het leerlingvolgsysteem (LVS) neemt een belangrijke plaats in bij leerling besprekingen.

Cito-scores
De uitslagen van de Cito-toetsen geven een beeld van het niveau van de leerlingen. In de onderstaande tabellen kan worden afgelezen welke resultaten bij de verschillende vakgebieden zijn behaald.
 
Standaardscores Eindtoets afgelopen jaren:
2015:       530,3
2016:       530,0
2017:       534,4

Doorverwijzing
Bovenstaande Cito-score heeft geleid tot de volgende doorverwijzing:
 LWOO
 VMBO-BK
 VMBO-GT/HAVO
 HAVO/VWO
Praktijkonderwijs